Oververhitte woningmarkt stimuleert verduurzaming

Dagelijkse Bankzaken – 10 juni 2021 door Fons Vaneker

Duurzaamheid wordt een steeds belangrijker thema op de huizenmarkt. De huizenmarkt is momenteel oververhit. Overbieden is de standaard. Wat voor invloed heeft dit op de duurzame wens van huizenkopers en bezitters? We vragen het aan Stephan Wennink (Hypotheekadviseur bij Triodos Bank).

Meer vraag naar duurzame oplossingen

Om bij het begin te beginnen: merkt Stephan zelf dat de vraag naar duurzame oplossingen toeneemt? “Absoluut. Je merkt dat huizenkopers massaal gaan verbouwen en daarbij rekening houden met duurzaamheid. Met name zonnepanelen zijn zeer populair. Ik raad klanten overigens altijd aan om bij de basis te beginnen. Verhoog eerst het energielabel van het huis door te isoleren. Je neemt zonnepanelen om energie op te wekken. Maar je kunt beter eerst je energierekening verlagen.”

Klanten denken veel verder vooruit op gebied van duurzaamheid dan in het verleden. “Klanten vragen zich af: stel dat de ketel over twee jaar op is, wat doe ik dan? Neem ik dan een nieuwe ketel of een hybride ketel?”

Een andere opvallende trend is de groeiende vraag naar bijzondere woonvormen. “Tiny Houses bijvoorbeeld. Klanten willen vaker dichterbij de natuur gaan wonen. Ze zijn op zoek naar een duurzame en rustige omgeving. Maar niet iedereen kan een groot huis buitenaf betalen.” Betaalbaar wonen in de natuur is de laatste jaren een veel voorkomend streven geworden.

Huizenkopers hebben allemaal overwaarde

Doorstromers die een huis kopen moeten allemaal overbieden. Maar Stephan denkt niet dat de oververhitte woningmarkt uitstelgedrag veroorzaakt bij klanten wat betreft hun duurzame wensen. “Ja, iedereen moet overbieden. Maar aan de andere kant hebben doorstromers allemaal overwaarde doordat ze ook een flinke prijs krijgen voor hun huis. Dus geld om te verbouwen is er wel. Als klanten gaan verbouwen kiezen ze bovendien vrijwel altijd voor om ook te verduurzamen.” Kortom: de oververhitte woningmarkt heeft een positief effect op het aantal duurzame verbouwingen.

Maar niet alleen doorstromers kiezen er massaal voor om te verbouwen. De stijgende huizenprijzen stuwen ook de verbouwingen bij klanten die in hetzelfde huis blijven wonen. “Doordat ze weten dat de waarde van hun huis stijgt durven ze het eerder aan om flink te gaan verbouwen.”

Verduurzamen kost geld. Merkt Stephan dat klanten geneigd zijn om eerder voor een maximale hypotheek te kiezen om hun duurzame verbouwing te kunnen betalen? “De klanten die ik spreek hebben een dusdanig hoge overwaarde, dat ze kunnen verbouwen zonder een tophypotheek te hoeven nemen.” De belastingregels die ervoor zorgen dat ‘geld dat in stenen zit in de stenen blijft’, maakt het bovendien extra logisch om te gaan verbouwen. “Zeker. Mensen worden gestimuleerd om over te sluiten of te verbouwen.”

De toekomst van de grachtenpanden

De toegenomen interesse voor duurzaam wonen is in potentie een bedreiging voor oudere woningen. Neemt de vraag naar oudere woningen af? “Nee, dat zie ik zelf eigenlijk niet terug. Je ziet wel dat klanten die een oudere woning willen allemaal een plan maken om te verduurzamen.” Bij een jaren ’20 woning is dit uiteraard een flinke uitdaging. “Een A-label is dan echt een te grote stap. Je moet dan eerder denken aan een transitie van G naar D. Ook hier draait het om ‘de basis op orde hebben’: vloeren isoleren, kieren bij de ramen vullen, dubbelglas, dat soort zaken.”

De Grachtengordel energieneutraal maken gaat dus voorlopig niet gebeuren? “Nee, dat lijkt me een utopie. Bij Triodos zorgen we er wel voor dat klanten die een hele oude woning kopen geld over houden om op termijn te verduurzamen. We financieren woningen met een E-, F- of G-label maximaal voor 90%. Dit doen we zodat klanten op termijn geld over houden om alsnog te verduurzamen. Stel: je financiert maximaal en je hebt daardoor geen geld om duurzame ingrepen te financieren en je loon stijgt nauwelijks en je overwaarde ook niet, dan kun je het als klant nooit meer veroorloven. Daarom kiezen we ervoor om bij deze lage labels niet maximaal te financieren.”

Het energielabel lijkt de laatste jaren enorm belangrijk geworden voor de waarde van woningen. Klopt dit? “Ja, een woning met energielabel A heeft meer waarde. Het energielabel is nu verplicht. Maar ik zie al sinds een jaar of twee dat het energielabel echt door de markt is opgepikt als factor voor de waardebepaling van woningen.”

Op naar een duurzame toekomst

Tot slot vragen we Stephan naar zijn mening over duurzaamheid in de bancaire sector in het algemeen. Wordt er genoeg belang gehecht aan duurzame investeringen in relatie tot hypotheken? “Je ziet nu dat de aanpak vaak nog heel productgericht is. Klanten krijgen bijvoorbeeld rentekorting omdat ze zonnepanelen installeren. Maar het overkoepelende vraagstuk is: hoe zorgen we ervoor dat we klanten zo ver krijgen om alle bestaande woningen te verduurzamen, met name de lagere labels? Dat is een hele uitdaging.”

Stephan stelt dat dit vraagstuk zeker niet alleen door banken opgepakt moet worden. “Ook de overheid moet hier flink mee aan de slag. Wanneer je nu bijvoorbeeld een energieadviseur langs laat komen, duurt het soms maanden voor je een advies hebt. Dit kan allemaal sneller en efficiënter. Er moet meer bewustwording komen van het grote belang van duurzaamheid, zowel bij banken als bij de overheid.”